over mijabout mede webvlijmscherperfoto'slimerickscontactadressen en links

L i m e r i c k s  1

 



LIMMERJIJ OF LIMMERIK?

A limerick aday.....
 keeps the sad feelings away

 

Wat is een limerick nou precies?

Een limerick is een dichtvorm van 5 regels met een vrij strak metrum.
Twee drievoetige amfibrachen (∪—∪ ∪—∪ ∪—∪),
twee regels amfibrachus en jambe (∪—∪ ∪—)
en afgesloten door weer een drievoetige amfibrachus.

In de eerste regel wordt (meestal) een persoon of dier geïntroduceerd met een plaatsnaam.
 De regels 1, 2 en 5 rijmen met elkaar en er is een ander rijm tussen de kortere regels 3 en 4 (rijmschema: a a b b a).
Voorts heeft een limerick vaak een wat dubbelzinnige inhoud, of kan zelfs zeer grof zijn.
De laatste regel is een soort pointe of uitsmijter.

Limericks zijn gewoon prachtig, in 5 regeltjes zet je een gedachte neer.
Hoe maak je nu een limerick :
een limerick bestaat dus steeds uit 5 regels
de eerste regel eindigt steeds op bv.een plaats, stad of land
de tweede regel rijmt op de eerste en vertelt wat over iets of iemand
de derde en vierde regel rijmen op elkaar
en de vijfde regel rijmt weer op de eerste twee.

 

 

 

Limericks in het Nederlands

Netwerken in soorten en maten
verbinden een hoop apparaten
grote en kleine
en verder het mijne
dat kent nog uitsluitend hiaten

Een vettige visvrouw uit Ommen
die zei: "Als de Russen ooit komme',
dan span ik een laken
al over de daken
da's voor de bomme', verdomme!"


Er was eens een juffrouw uit Groningen,
die nam het niet nauw met verschoningen,
zij waste haar fluit,
slechts eens per jaar uit,
en dat was met driekoningen.


Er was eens een meisje uit Londen
die had een broodzakje gevonden
ze zei tegen een knul
doe dit om je lul
zo is de condoom uitgevonden


Een zekere Achmad uit Bagdad
Die zat met zijn gat op zijn badmat
Zo las hij zijn dagblad
En iedereen zag dat
't Is raar, maar in Bagdad daar mag dat


Er was eens 1 puinhoop in Londen
Waar eerder 10 woningen stonden
De puinhoop riep: Neen!
Ik bèn niet alleen
Er zijn 100 gewonden gevonden!


 


Er had eens een dode in Roden
G. Reve zijn lijf aangeboden
Hij vreesde geen zonde
Doch meed wel de sponde:
'Kom maar bij mij onder de zoden.'


Een spastische sprinter op Spangen
Liep harder dan Ellen van Langen
'n remweg was knudde
Dus kon-ie het schudden
Ze moeten hem altijd nog vangen.

 
Er steeg eens een kist op van Kloten
Met twee kamikazepiloten
Ze gingen getweeën
Snel terug naar benejen
Maar daar ging het driedubbel kloten.

 
De hoogglans helden uit Houston
Bespraken cool wat ze moesten
Trachten te landen
Met kans op verbranden
Of samen met Russen te roesten.

 
Een sterrenbekijker te Leiden
wilde het daglicht vermijden:
'Je ziet ze het best
door 's nachts richting west
en bij dag naar het oosten te rijden.'

 
Een tè flinke vrouw in Positie
Nam van haar buik geen notitie
Nooit lekker zeuren
Die dingen gebeuren
En of dat beviel? Nou, een pietsie.

 

 
Een gisse toerist in Stavoren
Die wilde van bellen niet horen
Zijn plan was: met mailen
Het thuisfront vervelen
Dan hoefde hij niemand te storen.

 
Een talenwonder uit Babel
Had Internet via de kabel
Hij bekeek elke site
Maar vond tot zijn spijt
Alle spijkerschrift abominabel.

 
Een lieve vrouwe in 't Noorden
Voorzag zich een toekomst in woorden:
Moge God mij vergeven
Ik ga ervan leven
Al moet ik mijn pen laten moorden.'

 
Een welvarend volk in Paniek
Paniekerde: zijn we soms ziek?
Als we ons in de weelde
Milieuziektes inbeelden
Zijn we rijp voor de psychokliniek.


Een dorpsomroeper in Petten
Deed beroepshalve aan chatten
Hij zweeg toen men vroeg
Hoever zijn stem droeg
en tikte: moet je opletten!

 
Een hardcore Hamburger hacker
Vond vrouwen publiekelijk lekker
Bespiedde hun ramen
Noteerde hun namen
Maar zocht tevergeefs naar de stekker.

 
Een accountant in Washington State
Keek in de beurs van Bill Gates
Hij zag zóveel geld
Hij heeft het geteld
En hij telt het waarschijnlijk nog steeds.

 

 


Er was eens een site op het Net
Met veel pornografische pret
Daar had men dus schik
Begrijp ik - want ik
Heb nooit op die dingen gelet.


Een voetbalsupporter uit Schagen
Had wéér zijn computer geslagen
Hij zei bij de rechter:
Ik ben echt geen vechter
Maar hij zit me telkens te plagen.

 
Een whizkid uit Heiligerlee
Had video op de pc
Hij heeft toen vergeten
Om ooit nog te eten
Door Video Dood, DVD.

 
Een blonde verschijning in Delft
Vond zich overdreven gewelfd
Haar man informeerde
Wat zij dan begeerde
Zij sprak dubbelzinnig: 'De helft!'


Een schrijfster uit downtown Oegstgeest
Was laatst op een literair feest
Met veel zelfcontente
Toprecensenten
Het dorp sprak: die is er geweest.

 
Een dichteres uit Oegstgeest
Schrijft regels, terwijl u ze leest
Ze telt alle maten
En vult de hiaten
Met letters - en liefst ook met geest.


 

Een Muzelman is in Lahore
Bij 't neuken zijn piemel verloren
Mijn versjes zijn stout
En menigmaal fout
Maar zelden verzon ik zo'n gore.

 
Een elfenkind had eens in Delft
Het onderspit té vaak gedelfd:
'Ik heb het gezien
Nou tel ik tot tien
Bij elf begin ik voor mezelf.'

 
Het droomhuis in mooi Bergschenhoek
Staat bol van gescheld en gevloek
De man met de hamer
Verbouwt elke kamer
Zijn vrouw is - begrijpelijk - zoek.

 
Een hersengymnaste in Ommen
Vergiste zich nooit in haar sommen
Ik dacht, ik vertel 'r
Computers zijn sneller
Zij riep: wat kan mij dat ver... bommen!


 

De tong van een zegsman in Soeren
Was slap van het slap ouwehoeren
De pointe: hij kocht
Een geluidskaart, die mocht
Het woord in 't vervolg voor hem voeren.

 
Een bouwer van sites in Maastricht
Zag eens, op een avond, het licht:
'Ik vul alle gaatjes
Met knopjes en plaatjes
Dat is een gewichtig gezicht.'

 
Een timmerman-dichter in Limerick
Beschouwde zichzelf als een slimmerik
'Als regels niet rijmen
Is 't lastig te lijmen
Een rijm dat niet rijmt, dat vertimmer ik.'

 
Een deerne in 't Zeeuwse Kapelle
Had veel met haar vriendje te stellen
En als het teveel werd
Riep zij 'Ga naar Feerwerd!
Daar kun je een Groningse kwellen.'

 
Een uitgebreid netwerk in Straten
Werkt zelden, en dan nog met mate
De handleiding zegt
Dit netwerk kent echt
Qua mensen nog veel te veel gaten.


 

 

 

Limericks in het Engels

The most famous of all limericks:

There was a young lady from Riga,
Who smiled as she rode on a tiger
They came back from the ride
With the lady inside,
And the smile on the face of the tiger.

 


 

There was a young fellow named Tate
Who dined with a girl at eight eight
As Tate didn't state
I cannot relate
What Tate and his tête-à-tête ate

She frowned and called him Mr.
Because in sport he kr.
And so in spite
That very nite
This Mr. kr. sr.

There was an old man from Tarentum
Who gnashed his false teeth till he bent 'em.
When they asked him the cost
Of what he had lost
He replied, "I can't say; I just rent 'em."


There was an old man from Darjeeling
Who travelled from London to Ealing.
It said on the door
'Please don't spit on the floor'
So he carefully spat on the ceiling.



There was a young man of South Bay,
Making fireworks one summer day.
He dropped his cigar
In the gunpowder jar...
There was a young man of South Bay


There was an old man from Nantucket
Who kept all his cash in a bucket
His daughter, named Nan,
Ran away with a man
And as for the bucket, Nantucket.


There was an old lady of Rye
Who was baked by mistake in a pie.
To the household's disgust
She emerged through the crust
And exclaimed with a yawn, "Where am I?"



There was a young person from Perth
Who was born on the day of his birth.
He was married, they say,
On his wife's wedding day,
And died when he quitted this earth


There was a young man from Laconia
Whose mother-in-law had pneumonia
He hoped for the worst
and after March first,
They buried beneath a begonia.


A fly and a flea in a flue
Were imprisoned, so what could they do?
Said the fly, "Let us flee!"
"Let us fly!", said the flea.
So they flew through a flaw in the flue.


There was an old man of Blackheath,
Who sat on his set of false teeth;
Said he, witha start,
'O Lord, bless my heart!
I've bitten myself underneath!'



There was a young man named Ned,
Who, just before going to bed,
Ate very much
Of a cheese that was Dutch -
And when he woke up, he was dead!


There was a young lady of Lynn,
Who was so exceedingly thin,
That when she essayed
To drink lemonade,
She slipped through the straw, and fell in


There was a young lady called Bright
Who could travel far faster than light
She set off one day
in a relative way
and returned home the previous night


"I'm glad pigs can't fly", said young Sellers
(He's one of those worrying fellers)
"For if they could fly
They'd shit in the sky
And we'd all have to carry umbrellas."

 

 

There was a young man of Ostend
Who vowed he'd hold out to the end;
But when halfway over
From Calais to Dover,
He done what he didn't intend.


There was a young man of Typhoo
Who wanted to catch the 2:02
Said the trainman: "Don't hurry
Or worry or flurry -
It's a minute or two to 2:02."


A canner, exceedingly canny,
One morning remarked to his granny,
"A canner can can
Anything that he can,
But a canner can't can a can, can he?"


A tutor who tooted the flute
Tried to teach two young tooters to toot;
Said the two to the tutor,
"Is it harder to toot, or
To tutor two tooters to toot?



As a middle-aged writer at Home
I'm engaged in poetry alone
It isn't a pity
I'm in no committee
In the end you must rhyme on your own.



A certain young fellow named Beebee
Wished to wed with a lady named Phoebe.
"But", he said, "I must see
What the clerical fee
Be before Phoebe be Phoebe Beebee"


There was a young person named Tate,
Who went out to dine at 8:08;
But I will not relate
What that person named Tate
And his tete-a-tete ate at 8:08.


"There's a train at 4:04", said Miss Jenny.
"Four tickets I'll take; have you any?"
Said the man at the door,
"Not four for 4:04,
For four for 4:04 is too many."


The bottle of perfume that Willie sent
Was highly displeasing to Millicent;
Her thanks were so cold
They quarrelled, I'm told,
Through that silly scent Willie sent Millicent



One day I went out to the Zoo,
For I wanted to see the old Gnu.
But the old Gnu was dead,
And the new Gnu, they said,
Surely knew as a Gnu he was new.


There was a young girl of West Ham,
Who hastily jumped on a tram.
When she had embarked,
The conductor remarked,
"Your fare." "Well, they do say I am."


Dad waited while Mum bought the ham,
But when she came out she said, "Sam,
That one's not our baby!"
He answered, "Well maybe,
but look! It's a much nicer pram."



I once knew a spinster of Staines
And a spinster that lady remains;
She's no figure, no looks,
Neither dances nor cooks-
And most ghasly of all, she has brains.


A right-handed fellow named Wright
In writing "write" always wrote "rite"
Where he meant to write right.
If he'd written "write" right,
Wright would not have wrought rot writing "rite."


There was an old man named McGuire,
Lost his footing and fell in the mire.
Said a bland passer-by,
"Cheer up, never say die!"
"But I must", he replied, "I'm a dyer!"


A cheerful old bear at the Zoo
Could always find something to do.
When it bored him, you know,
To walk to and fro,
He reversed it, and walked fro and to.



There was a young lady from Twilling
Who went to her dentist for a filling.
This man in his depravity,
Filled the wrong cavity
Now he has to take care of another filling.


There was a man from Champs Elyses
Who had balls of different sizes
In fact one was so small
It was no ball at all
But the other won several prizes


A guy who was living at Cape Horn
Wished that he had never been born;
He wouldn't have been
If his father had seen
That the end of the rubber was torn
 

A girl who weighs many an oz.
Used language I will not pronoz.
For a fellow unkind,
Pulled her chair out behind,
He wanted to see if she'd boz.


There once was a handsome young Mr.
Who met a young woman and Kr.
She had a disease
But instead of a sneeze
His top lip developed a Blr.


 

 an old British musical hall song goes:

"What noise annoys an oyster?
Oh tell me, tell me do.
What noise annoys an oyster
And gets him in a stew?
Of all the noisy noises
Along the sea and coast,
I tell ya boys, a noisy noise
Annoys an oyster most!"
 

Sir, I admit your general rule
that every poet is a fool,
but you, yourself, may serve to show it
that every fool is not a poet.


I am a sagitarian,
crossover of man and horse.
So I must be a stallion.
That's why my voice is so hoarse.


In the summer of 69
we couldn't stop drinking French wine.
We couldn't stop making French love
in the summer of 69.


The teacher was arrested
because in a practical way
he tried to explain to a student
the difference between a lie and a lay.
 

Roses are red
Violets are blue
God made me pretty
But what happened to you ??

 


 

Limericks in het Duits

 

Die Mafiosi der Parteien,
die dem Bürger nichts verzeihen,
tricksen und lügen,
heucheln, betrügen,
man könnte vor Übelkeit dauernd nur speien.


Da gibt's einen Mann mit Namen Trittin,
der sitzt wie die Made im Speck in Berlin.
Dienstwagen parat,
die Kosten er spart,
das Volk zahlt jetzt mehr für Benzin.


Ein Mann namens Maier geht baden
und läßt von der Sonne sich braten.
Die Haut wird ganz rot,
qualmt wie ein Schlot,
er hat auch im Hirn noch 'nen Schaden.


In Hamburg einst ein Leichtmatrose,
den juckt' es einmal in der Hose,
ergab sich dem Suff,
und ging in den Puff,
nicht ganz billig sie war, diese Chose.



Die Panik war groß - und das Geschrei:
"Am Anfang 2000 ist alles vorbei !!"
Die Computer sind Profis,
die Menschen die Doofis,
sie lesen die Zukunft aus gegossenem Blei !!


Es lebt da ein Mann in der Steiermark,
der macht sich recht häufig die Eier stark.
Mit Viagra und Ei,
was ist schon dabei,
und grapscht nach den Mädchen am Weiher im Park.


Das Spendengeld munter und ungeniert
wird auf Parteikonten heimlich placiert.
Die Hände sind dreckig,
die Koffer sind eckig,
mit denen das Geld dort wird hintransportiert.
 




Ein komischer Kauz in Saarbrücken,
den taten die Mädchen entzücken.
Er war richtig heiß,
und um jeden Preis
wollt' er sie alle mal ganz feste drücken.


Ne Frau aus Ostfriesland hoch oben im Norden
ist neulich zum ersten Mal Mutter geworden.
Das ist ihr peinlich,
denn man ist dort recht kleinlich,
in ihrem sehr strengen katholischen Orden.


Wer in Deutschland hat die Macht,
sich heimlich meist in's Fäustchen lacht.
Privilegien, gute Posten,
lauter Spesen, keine Kosten,
und raffen bis die Schwarte kracht.


Ein Schulbub mit einer gehörigen Macke,
im Kopf statt Gehirn wahrscheinlich nur Kacke,
schießt und trifft Leute,
was ihn erfreute,
gnädig verzeih'n wird man diese Attacke.




 

Limericks in het Frans



Chanson d'enfant

Mon oncle qui,
mon oncle qui,
mon oncle qui-
tle ma tante
et quand je suis
plus grand je qui-
tlerai ma gouvernante.

 


 

 

Klik hieronder voor de limericks pagina 2
met
de double dutch
en dirty limericks


 

 

WORDT VERVOLGD


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


© Ger Kok
@ Vlijmen 2013

 


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Ger Kok @ Vlijmen email:gerkok@home.nl